Klinisch kommentaar oktober 2018

Diagnosis, treatment and prevention of ankle sprains: update of an evidence-based clinical guideline.

 

Inleiding

Inversietraumata van het bovenste spronggewricht horen bij de meest voorkomende musculoskeletale letsels. Ongeveer 40% ontstaan tijdens sportbeoefening. Een groot deel van deze patiënten ontwikkeld een chronische enkelinstabiliteit (CAI) met als gevolg uitval in sport en werk. Op lange termijn hebben deze patiënten verhoogde kans op degeneratieve veranderingen en osteochondraal letsel.

Doel

De nu verschenen richtlijn (Clinical Practice Guideline) is een update van de oude versie uit het jaar 2012. De nieuwe richtlijn is bedoeld voor alle professies die werken met patiënten met status na inversietrauma en moet zorgen voor een goede update van diagnostiek, therapie en preventie van recidieven. Tevens is het expliciet doel van deze richtlijn de grote verschillen in het onderzoeken en behandelen van patiënten met status na inversietrauma te reduceren.

Voor de ontwikkeling van deze update werd een multidisciplinair team gevormd met vertegenwoordiging van de belangrijkste professies (huisartsen, SEH-artsen, radiologen, ergotherapeuten, orthopedische chirurgen, traumachirurgen, fysiotherapeuten, atletiektrainers en bewegingswetenschappers).

Voor deze update heeft de werkgroep een literatuuronderzoek in peer-reviewed tijdschriften uitgevoerd om relevante nieuwe publicaties uit de jaren 2009 tot 2016 te identificeren. De zoekstrategie is uitgebreid beschreven en potentieel relevante artikelen werden door twee onderzoekers onafhankelijk van elkaar in twijfelgeval door een derde onderzoeker beoordeeld. Bij de beoordeling van de literatuur en de totstandkoming van de nieuwe richtlijn is gebruikt gemaakt van het AGREE-instrument. Waar mogelijk werd een meta-analyse uitgevoerd en de aanbevelingen baseren op de “level of evidence”. Daadwerkelijk nieuwe inzichten werden ook als zodanig benoemd.

Resultaten

De belangrijkste vernieuwingen worden hier kort genoemd: De voorste schuiflade test voor de beoordeling van een ruptuur van het LTFA is nog steeds adequaat mits uitgevoerd na 4-5 dagen. Niet-steroidale ontstekingsremmers kunnen in de acute fase geïndiceerd zijn maar er wordt expliciet geattendeerd op de nadelige invloeden van NSAID’s op de wondgenezing. Gerichte oefentherapie om optimale reparatie en herstel van de normale gewrichtsfunctie is essentieel. Manuele therapie kan als ondersteuning van de oefentherapie worden ingezet.

 

Andere therapie modaliteiten zoals electrotherapie, laser, UKG, kunnen vanwege ontbrekende evidentie niet worden aanbevolen. Ook operaties zijn alleen dan geïndiceerd as gerichte en consequente oefentherapie niet succesvol was en pijn en instabiliteit op de voorgrond blijven staan. Braces kunnen gebruikt worden bij het voorkomen van recidieven.

 

Discussie

In het algemeen is deze CPG zeer overzichtelijk en is inderdaad een goede update voor alle (sport-)fysiotherapeuten die in hun dagelijks werk te maken hebben met patiënten met status na inversietrauma.

 

Open access op https://bjsm.bmj.com/content/52/15/956

 

Martin Ophey

 

Vuurberg, G., Hoorntje, A., Wink, L. M., van der Doelen, B. F. W., van den Bekerom, M. P., Dekker, R., … Kerkhoffs, G. M. M. J. (2018). Diagnosis, treatment and prevention of ankle sprains: update of an evidence-based clinical guideline. British Journal of Sports Medicine, 52(15), 956 LP-956. http://bjsm.bmj.com/content/52/15/956.abstract

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.