oefening van de maand: tweebenig springen, eenbenig landen

 

Coördinatieve Sprong ABC

Tweebenig springen, eenbenig landen

beginpositie eindpositie
De patiënt staat rechtop beide benen op heupbreedte. De armen afhangend langs het lichaam en de ellebogen licht geflecteert, de knieën licht gebogen, het bovenlichaam licht in vorlager. De patiënt landt op één been. De knie en de heupen zijn licht geflecteert. Het bovenlichaam in vorlager, de schouders in lichte anteflectie, de ellebogen 90 graden gebogen en de blik vooruit.
bewegingsverloop Vanuit de rechtopstaande positie springt de patiënt voorwaarts en landt op één been.
doelgroepen Deze oefening kan worden toegepast bij patiënten met enkel-, knie-, heup en wervelkolom klachten.
doelen Het belangrijkste doel bij deze oefening is het realiseren van een optimale intermusculaire coördinatie in de kinetische keten waarbij het accent ligt op de kwaliteit van de sprong, de landing en het behoud van het evenwicht.
Waar op te letten Belangrijk bij het uitvoeren van deze oefening is:

Een goede tweebenige sprong en éénbenige landing waarbij geen sprake is van een dynamische knievalgus zowel bij de sprong als bij de landing, instabiliteit van de enkel, een lateral shift van het bekken en een shift van de wervelkolom.

Bij het landen is het de taak van de patiënt om in een tijdsbestek van 5 seconden, drie seconden stabiel te staan zonder nevenbewegingen.

De oefening moet pijnvrij kunnen plaatsvinden en er mag bij het aanleren van de oefening geen vermoeidheid optreden

Variaties zijn snel te implementeren door de hoogte, de lengte en de richting van de sprong te veranderen.

Te variëren in het steunvlak (van een stabiel naar een labiel steunvlak)

Te variëren in visus (van ogen open naar ogen dicht)

Te variëren in de landing (van de hak naar de voorvoet, op de hele voet, op de voorvoet)

Te variëren in arminzet (armen los of armen op de rug zowel bij de sprong als de landing)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.