Klinisch commentaar; ijsapplicaties in de ontstekingsfase

Fysiotherapie in de ontstekingsfase:

ICE:

Het gebruik van ijs houdt de gemoederen binnen de fysiotherapie al jaren bezig. Was het vroeger een gebruikelijke applicatie, tegenwoordig worden er steeds meer vragen gesteld bij het gebruik ervan.

De belangrijkste effecten van ijs die worden beschreven zijn; pijnvermindering, zwellingsvermindering, vermindering van spierspasme en de vermindering van secondary hypoxic injury. Juist deze effecten staan sterk ter discussie zeker uitgaande van alleen het gebruik van ijs (Bleakley et al 2004, Bleakley et al 2006)

Alleen het uitvoeren van intermitterend ijs heeft een positief effect laten zien op de vermindering van pijn (Kerkhoffs GM et al 2012). De effectiviteit van ijs in combinatie met andere applicaties, zoals elevatie, compressie en/of exercises laten een veel groter effect zien op pijnvermindering en toename van functionele activiteiten (Bleakley CM et al 2010)

Pijnvermindering:

Vooral in zestiger tot tachtiger jaren is er veel onderzoek gedaan naar het gebruik van ijs en het effect ervan op de pijnsensatie. De fysiologische verklaringen werden gezocht in de vermindering van de geleidingssnelheid van zowel de sensorische als de motorische zenuwvezels (Von Nieda K. 1996). De vrijzetting van endorfinen (Reather P.R. 1986), het counter irritationeffect en het activeren van gemyeliniseerde zenuwvezels; snelverkeer gaat voor langzaam verkeer. Activering van gemyeliniseerde zenuwvezels ( A-alfa, A-beta en A-deltavezels) inhiberen de niet gemyeliniseerde zenuwvezels (C-vezels). De belangrijkste interventie die de fysiotherapeut hiervoor tot zijn/haar beschikking heeft is: BEWEGEN> (Melzack and Wall 1983) als belangrijkste mechanismen.

Door de complexiteit van pijn zie je in de literatuur ook veel contraire informatie betreffende het gebruik van ijs en pijnvermindering. Daniel et al (1994) en Edward et al (1996) toonden in een gerandomiseerde prospectieve studie van 131 patiënten met een ACL letsel, en een prospectieve dubbel blinde gerandomiseerde studie van 71 patiënten aan dat ijs geen enkel verschil in zwelling, behoefte aan pijnmedicatie, verblijf in het ziekenhuis en mobiliteit te zien gaven in een vergelijking met een controlegroep die geen ijstherapie heeft gekregen.

Daarnaast geeft het onderzoek van von Nieda et al (1996) aan dat ijs door middel van vermindering van de geleidingssnelheid en een vermindering van de nociceptieve impulsen middels ijsapplicatie wel degelijk een pijn dempend effect aangeeft.

De grootste hamvraag voor de fysiotherapeut blijft echter is de pijn die de cliënt tentoonspreidt een pijn waar vooral de fysiologische fysieke processen op de voorgrond staan voor het ontstaan van pijn of de fysiologische affectieve, cognitieve processen.

Wanneer de fysiologische fysieke processen voor het ontstaan van pijn op de voorgrond staan dan is en blijft pijn een waarschuwings- en beschermingssignaal. Op basis daarvan moeten we als fysiotherapeut respect hebben voor het symptoom pijn en deze niet bestrijden. Bestrijding van pijn leidt tot toename van activiteiten (mechanische belasting). Wanneer deze belasting voorbij gaat aan de momentane anatomische/fysiologische limiet van het aangedane weefsel is er sprake van een recidief met alle gevolgen van dien.

Wanneer de affectieve/cognitieve processen op de voorgrond staan kan het symptoom pijn leiden tot een extreme pijnbeleving en of pijngedrag. Een extreme pijnbeleving in de acute fase van een letsel is een van de grootste predisponerende factoren voor het ontstaan van chronische pijnklachten (Vlaeyen 2006).

Op basis daarvan is het bestrijden van het symptoom pijn van essentieel belang in de acute fase.

HIER WORDT BEDOELD HET BESTRIJDEN VAN HET SYMPTOOM PIJN EN NIET DE ONTSTEKING ZELF.

Het probleem ligt niet primair in het lokale fysiologische proces van de ontsteking maar in de emotie en cognitie van de cliënt; de interpretatie van het symptoom. Dat alles elkaar beïnvloedt moge duidelijk zijn echter het aangrijpingspunt hier ligt in het geven van de juiste informatie aan de cliënt om emotie en cognitie te stroomlijnen en het gebruik van fysiotherapeutische applicaties die de pijn beïnvloeden maar zo min mogelijk het ontstekingsproces zelf.

Anders gezegd de primaire symptomen van het ontstekingsproces rubor, calor en tumor moeten plaatsvinden. Het secundaire proces dolor moet worden geremd wanneer de pijnbeleving van de cliënt op de voorgrond staat.

Het ontstekingsproces is en blijft verantwoordelijk voor een optimale analyse van het letsel, afbraak van debris en het ontstaan van de eerste initiële wondkracht. Dit houdt voor het gebruik van ijs in dat het kortdurend wordt gebruikt zodat het de geleidingssnelheid van de zenuwen, de koudereceptoren in de huid kan beïnvloeden voor pijndemping maar niet of zo min mogelijk het stofwisselingsproces ( de duur van de ijsapplicatie, is afhankelijk van de diepte van het letsel en de koudegraad van het ijs). Dat hier vele intermitterende ijsinterventies mogelijk zijn is duidelijk. Concrete beschrijvingen van hoe dit te gebruiken wordt in het onderzoek van Bleakley bij de behandeling van cliënten met een inversietrauma duidelijk beschreven.   Het protocol wat in dit onderzoek wordt aangehouden is; 2 x 10 minuten ijsapplicatie met 10 minuten pauze, 3 x per dag gedurende een week.

Daarnaast mogen we het placebo-effect van het gebruik van ijs bij de cliënt niet vergeten; wanneer een cliënt overtuigd is van het gebruik van ijs voor het onder controle krijgen van zijn/haar klachten zorgt het gebruik van ijs voor vegetatieve normalisatie.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.