Klinische relevantie van de ontstekingsfase; compressie en elevatie

Fysiotherapie in de ontstekingsfase:

COMPRESSIE:

Na een acuut letsel is een van de primaire verschijnselen van de ontstekingsfase tumor; zwelling. De snelheid waarmee zwelling ontstaat na het letsel is een indicatie of we meer te maken hebben met een hemartros of een hydrops. Een hemartros ontstaat vooral in de eerste minuten na het letsel (tijdens het proces van hemostasis). Een hydrops ontstaat enkele uren na het letsel; tijdens de vasculaire fase van het ontstekingsproces (Morree 2003).

Uitgaande van de hemostasis is het begrijpelijk dat juist de hemartros in de eerste paar minuten na het letsel ontstaat. Om bloedverlies te voorkomen kan de fysiotherapeutische interventie compressie worden meegenomen. Het geven van compressie voor het voorkomen van bloedverlies is een effectieve fysiotherapeutische maatregel. Juist in de eerste 5 minuten na een acuut letsel kan sterke circulaire compressie een mechanische obstructie geven die bloedverlies voorkomt (Starkey 1993).

Wanneer er sprake is van een hydrops is het aanleggen van een lichte compressie van distaal naar proximaal een effectieve maatregel om de mate van hydrops te reduceren (Wilkerson 1991). Toename van zwelling in het interstitiële weefsel kan leiden tot drukverhoging in het weefsel. Dit kan leiden tot secundaire stoornissen op basis van trofische veranderingen. In dit geval gaat het vooral om distale letsels; enkel en polsklachten. Zoals beschreven in de vasculaire fase is zwelling in het aangedane gebied noodzakelijk om een optimaal milieu voor de leukocyten te creëren en de transportweg naar het aangedane gebied te vereenvoudigen.

Het gebruik van compressie door middel van een bandage heeft tevens invloed op PROTECT; het beschermd het aangedane weefsel tegen het risico van niet fysiologische belastingen en geeft tevens een bepaalde vorm van externe stabiliteit. (Bant et all 2011)

ELEVATIE:

Elevatie is een algemeen geaccepteerde therapeutische interventie met als doel de intravasculaire druk te verminderen, de veneuze terugvloed te bevorderen en het lymfesysteem te ondersteunen. Alle fysiologische gevolgen leiden tot het verminderen van zwelling rond het aangedane gebied. (starkey 1993, Wilkerson 1993). Vooral van toepassing wanneer er sprake is van distale letsels.

De beschrijving van de fysiologische processen van de ontsteking en haar klinische consequenties is relevant voor patiënten. Een van de doelen van het fysiotherapeutisch onderzoek is de Status Praesens vast te stellen en analyseren of er sprake is van een normaal of een afwijkend beloop.

Normaal beloop van lage rugpijn:

Er is sprake van een ‘normaal beloop’ wanneer de activiteiten en participatie in de tijd gradueel toenemen (tot het niveau van voor de klachtenepisode). Vaak zal ook de pijn verminderen. Dit houdt niet in dat de lage rugpijn altijd geheel verdwijnt, maar dat de lage rugpijn het uitvoeren van activiteiten en participatie niet (meer) in de weg staat.

Afwijkend beloop van lage rugpijn:

Er is sprake van een ‘afwijkend beloop’ als de beperkingen en participatieproblemen in de tijd niet afnemen, maar gelijk blijven of zelfs toenemen. We spreken van een afwijkend beloop en een vertraagd herstel als er gedurende 3 weken geen duidelijk toename in activiteiten en afname in participatieproblemen is geweest. (KNGF 2013)

Op basis van de status praesens kan een inschatting worden gemaakt in welke fase van de wondgenezing de patiënt zich bevindt. Door inzicht in de fysiologie en de klinische relevantie van dit proces kan er op een verantwoorde wijze doelen worden gesteld en maatregelen worden gedefinieerd die het doel nastreven.

De maatregelen die de fysiotherapeut tot zijn/haar beschikking heeft zijn:

  • informeren en adviseren
  • passieve fysiotherapeutische maatregelen
  • actieve fysiotherapeutische maatregelen
  • zelfmanagement

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.